Werking echo

Het echo-apparaat zendt geluidsgolven uit en vangt de echo daarvan weer op. Deze geluidsgolven noemen we ultrageluid omdat ze een hogere frequentie hebben dan het menselijk oor kan waarnemen. De inwendige organen weerkaatsen het geluid (echo). Het echo-apparaat zet deze echo om in een tweedimensionaal beeld. Het beeld is wit, zwart en grijs, afhankelijk van de hardheid van het weefsel waar de geluidsgolven tegen aankomen.

Zijn er risico’s?
Van echoscopie is nooit wetenschappelijk aangetoond dat het schadelijke effecten heeft. Toch is er geen garantie dat geen ongewenste of onbekende effecten zullen optreden. Ons advies is: maak alleen een echo als dit nuttige informatie oplevert.

Inwendige of uitwendige echo

Dit is afhankelijk van de duur van de zwangerschap.  Als je minder dan 10 weken zwanger bent, wordt een inwendige (vaginale) echo gemaakt. Dit geeft bij een prille zwangerschap namelijk een beter beeld en betere onderzoeksresultaten. Ben je langer dan 10 weken zwanger dan wordt meestal een uitwendige echo (via de buikwand) gemaakt.

Uitwendige echo
Je krijgt gel op je blote buik. Dit is om een goede geleiding van de geluidsgolven te krijgen. Met de zender-ontvanger (probe) gaat de echoscopiste er langzaam over je buik heen. De druk op je buik kan wat ongemak geven.

Inwendige echo
Je neemt met ontbloot onderlijf plaats op de onderzoeksbank. De echoscopiste legt een kussen onder je billen. Om de dunne probe wordt een condoom gedaan met daarop wat gel om het inbrengen in de vagina wat makkelijker te maken. Wanneer je allergisch bent voor latex is het verstandig om dit van te voren aan te geven bij de echoscopiste.